Meer over aardwarmte
De aardbodem bevat natuurlijke waterhoudende grondlagen; hoe dieper in de aarde, hoe warmer het water is.
Hoe werkt aardwarmte?
Aardwarmte winnen we door warm water uit de ondergrondse aardlagen op te pompen. Dit gebeurt meestal zo’n 2 tot 3 kilometer onder de grond. In Nederland neemt de warmte met gemiddeld 30 graden per kilometer toe. De warmte wordt via warmtewisselaars overgedragen aan een warmtenet en het afgekoelde water wordt daarna weer terug in de grond gepompt.
Aardlagen in beeld
Eerst gaan we onderzoek doen naar de ondergrond, zodat we deze goed in kaart hebben. We gaan uiteindelijk op zoek naar een zandsteenlaag waar water in zit. In Nederland zien we vaak afwisselde lagen van zand, klei, zand, klei, zand, klei, mergel, weer zand en klei... Aan hoe grof de korrels zijn, maar ook aan de kleur ervan, kun je zien wat voor soort steen het is.
Hoe ziet een locatie eruit?
Een aardwarmtelocatie is een omheind terrein van ongeveer 1 hectare. Op dit terrein staan het installatiegebouw, het doublet (de twee putten), procesinstallaties en tijdelijke kantoorruimte. De putten zelf bevinden zich ondergronds; bovengronds is vooral het gebouw zichtbaar. Per project wordt gezorgd voor een passende landschappelijke inpassing.
2 putten: 1 doublet
Bij het gebruik van aardwarmte zijn twee putten nodig, een zogeheten doublet. Bij de ene put pompen we warm water omhoog. We dragen de warmte uit dit water via warmtewisselaars over op een lokaal warmtenet. Via de andere put gaat het afgekoelde water weer terug de grond in. Door een lokaal warmtenet verspreiden we de warmte vervolgens voor gebruik in woningen en gebouwen. De putten staan bovengronds enkele meters van elkaar, maar worden schuin geboord. Daardoor is er op diepte een afstand van 1,5 tot 2 kilometer tussen de putten.
Warmtewisselaars
Het warme water dat we oppompen uit de diepe ondergrond, wordt door buizen langs een warmtewisselaar overgedragen aan de leidingen van het warmtenet. Er vindt uitwisseling van warmte plaats vandaar de term warmtewisselaar. Het opgewarmde water stroomt vervolgens via het warmtenet naar een overdrachtsstation in de omgeving om vervolgens bij de afnemer (klant) geleverd te kunnen worden.